Verhalen spinnen lezen

Hieronder zie je het leesschema van Verhalen Spinnen. Elk blokje staat voor een hoofdstuk van een verhaal. Als je op een blokje klikt, verschijnt onder het leesschema dat hoofdstuk. Als een blokje nog grijs is, moet dat hoofdstuk nog geschreven worden. Om één verhaal te lezen, volg je de pijlen en de kleuren in het leesschema. Elk verhaal krijgt zijn eigen kleur.  Je kunt het lezen of de video bekijken waarin de schrijvers  hun hoofdstuk voorlezen.

Onderin het leesschema zie je bij elk verhaal open staan. Als je hierop klikt, krijg je alle hoofdstukken van dat verhaal op een rijtje te zien in een pdf-bestand. Je kunt dan het hele verhaal achter elkaar lezen. In het gekleurde schema, bovenaan elk hoofdstuk, zie je welke lijn er wordt gevolgd. Je kunt het hele  verhaal ook uitprinten.

Video bekijken
Klik op de zwarte pijl om de video te starten. Op de video zie je de schrijvers hun hoofdstuk voorlezen. Aan het eind van deze video kun je doorklikken naar het vorige of volgende hoofdstuk of de video opnieuw bekijken.



 

 

                         
Hoofdstuk 1                        
   
                 
Hoofdstuk 2
14-03-2014
                       
   
 
             
Hoofdstuk 3
21-02-2014
                       
   
 
 
         
Hoofdstuk 4
28-03-2014
                       
   
 
 
 
     
Hoodfstuk 5
04-04-2014
                       
   
 
 
 
 
 
Hoofdstuk 6
16-04-2014
                       
                         
    Red ons, alsjeblieft.   Verhaal 2   Verhaal 3   Vriend of vijand.   Blijven of vluchten.   Verhaal 6


Red ons, alsjeblieft. - Hoofdstuk 6 - Het einde van de monsterkoning

 Als ze buiten zijn, rennen ze zo snel ze kunnen naar het huis van de olifant. De muis ziet ze langs komen en roept iets, maar Mau hoort het niet want hij heeft al zijn aandacht nodig om op de rug van de olifant te blijven zitten. De bever houdt zich vast aan de staart van de olifant en rent half struikelend met ze mee. Als ze bij het huis van de olifant aankomen en naar binnen stormen blijven ze ineens stokstijf staan.
‘Hé,’ roept olifant.
‘Hee!’ roept de bever want het hele huis ligt vol met struiken.
‘Wat is dit nou weer?’ vraagt Mau aan de olifant, maar dan valt hij op de grond en de bever kan hem nog net wegtrekken, want de olifant valt met en enorme klap op de plek waar Mau net nog stond.
‘O,o o,’ zegt de bever en loopt ernaartoe.
‘Flauwgevallen!’ roept hij.
 Op dat moment komt de muis binnen.
‘Wat een rommel is het hier,’ zegt hij verbaasd. Dan ziet hij de olifant.
‘O, haal snel wat water,’ roept hij.
De bever haalt een emmer water en gooit hem over de kop van de olifant. Als de olifant bijkomt en hij ziet de struiken weer, roept hij: ‘Wie heeft dat gedaan?’
En opeens bewegen de struiken en dan zien ze dat het helemaal geen struiken zijn maar mannetjes met takken als armen en benen en bladeren als haar.
‘Hè, droom ik?’ roept de bever.
Als hij dat zegt, springen ineens alle struikenmannetjes op en rennen langs hen heen door de open deur naar buiten. De bever, de muis en Mau rennen achter ze aan naar buiten en kijken ze na. Achter hen klinkt een harde dreun. Als ze gaan kijken zien ze dat de olifant weer flauwgevallen is.
In de tunnel is Sofie bijgekomen. Ze kijkt om zich heen en als ze ziet dat er niemand is, springt ze snel op. Er schiet een pijnscheut door haar arm dan weet ze alles weer. Stan wilde haar doden, maar ze was flauwgevallen en nu is er niemand. Ze overweegt om  hulp te roepen maar besluit het niet te doen want als de monsterkoning haar hoort! Zo snel als ze kan rent ze een gang in. De gang loopt dood, ze rent terug en probeert een andere. Ja. Als ze buiten is, weet ze even niet wat ze moet doen. Ze moet de monsterkoning vernietigen en ze weet hoe het kan, maar ze kan het niet alleen.
Op dat moment ziet ze in de verte een groep struiken. Ze rennen in haar richting. Ze kijkt en dan valt haar mond open want achter de struiken rent Mau en hij komt naar haar toe.
‘Mau!’ roept ze.
Mau blijft staan, maar als hij Sofie ziet, rent hij op haar af en omhelst haar.
‘Sofie, ik dacht dat je dood was,’ zegt Mau.
‘Snel,’ zegt Sofie, 'we moeten Stan redden en ik weet hoe.’
Ze vertelt hoe Stan haar alles had verteld voor hij haar neersloeg. ‘Overdag is hij gewoon een jongen maar ‘s nachts verandert hij in de monsterkoning, maar daar kan hij niks aan doen want de monsterkoning zit in hem en overdag weet hij niets meer.
‘Dus Stan zit opgesloten in de monsterkoning en overdag zit de monsterkoning in hem?’ vraagt Mau.
‘Ja,' zegt Sofie, 'dus we moeten hem doden en een stuk van zijn lichaam meenemen.’
‘Maar hij is heel erg sterk!' roept Mau. 'Dat lukt nooit. We hebben niet eens wapens.’
‘Wacht, ik weet wel iets!’ roept de bever die ook erbij komt staan. De beer heeft nog een paar laserzwaarden, die kunnen we gebruiken. Ik haal ze wel, dan haal ik ook gelijk de muis en de olifant.’ En de bever rent weg.
‘Zo dat is handig,' zegt Mau, 'maar wat moeten we daarna doen?’
‘We moeten het stuk lichaam op een grasveld leggen en dan wachten, meer weet ik niet,’ zegt Sofie.
‘Oke, er is een grasveld in het dorp van de bever. Daar kunnen we het leggen.’
Dan komen de bever de olifant en de muis eraan, en de beer is ook meegekomen met de giraf.
‘Gaan zij ook mee?’ vraagt Mau.
‘Ja,' zegt de beer, 'de giraf was bij mij op bezoek dus die wilde ook mee.’
‘Mooi,' zegt Sofie, 'met zoveel kunnen we hem wel aan. Hij is alleen want zijn hijsdieren de wezels, dat zijn die ratten, zijn niet bij hem vandaag.
‘Oké, waar wachten we nog op?’ roept de bever. En de beer geeft hun allemaal een laserzwaard dan gaan ze op weg. Maar ze zijn nog maar net op weg als ze hem zien. Daar loopt Stan. Als hij hen ziet komt hij op hen af.
‘M... maar dat is Stan gewoon,’ fluistert Mau tegen Sofie.
‘Nee,' sist Sofie, 'hij is behekst. Als hij hier komt vallen we aan.’
Stan loopt naar hen toe. Hij ziet er heel gewoon uit. Als hij hen bereikt heeft, kijkt hij Mau en Sofie aan. Zij kijken terug.
’Nu!’ roept de bever en ze trekken hun zwaarden en vallen aan.
Stan weet niet wat hem overkomt als de beer hem bijna onthoofdt, maar dan verandert hij weer in de monsterkoning.
‘Snel, snijd zijn voet eraf of zijn hand, nee, zijn oor.’
Het is een hevige strijd maar de monsterkoning is zo sterk als een beer. Maar dan trapt de muis op zijn voet. De koning draait zich om om de muis te grijpen, maar dan hakt de giraf zo hard tegen zijn hoofd dat hij omvalt en Mau grijpt zijn kans en snijd het oor van de monsterkoning er af.
‘Aaaarrrrggggg!’ De monsterkoning slaakt een kreet en valt dan bewusteloos op de grond.
‘Snel,' roept Sofie,' jullie bewaken hem.’
Zelf pakt ze het oor van Stan en rent naar het dorp. Mau gaat mee. Als ze bij het grasveld aankomen, gooit Sofie het oor op de grond en dan gebeurt er iets wonderlijks. Het oor begint te groeien en dan groeit het hoofd en het lichaam van Stan eraan tot het helemaal heel is.
‘Stan!’ roepen Mau en Sofie tegelijk.
Stan beweegt en staat op.
‘Hè, wat?’ brengt hij wazig uit.
En dan vertellen Mau en Sofie het hele verhaal.
‘Wow monsterkoning,' mompelt Stan, 'jemig, dat heb ik nooit geweten, is alles nu voorbij?’
‘Nee, nog niet. We moeten terug naar de bever en zo,’ roept Sofie.
Als ze terugkomen, zien ze daar een stomverbaasde groep dieren.
‘Hij is weg!' roept de bever. 'We stonden hier en toen verdween hij langzaam, eerst zijn hoofd en toen zijn lijf en als laatste zijn benen en... 'Hè, wie is dat?’ vraagt de muis opeens. 
Ze kijken allemaal naar Stan.
‘Dat leg ik uit als we thuis zijn.’ zegt Mau.
Ze lopen naar het huis van de olifant en daar vertellen ze alles.
‘Maar hoe komen we nu thuis?’ vraagt Sofie. 
Ja daar hadden ze nog niet aan gedacht.
‘O ik weet het,' roept de giraf, 'de reuzenadelaar die kan jullie naar huis brengen.’
Ze lopen naar het huis van de reuzenadelaar. De beer klopt aan de deur, de adelaar doet open.
‘Wat is er?’ vraagt hij.
‘Wil jij alsjeblieft onze vrienden naar huis brengen?’
‘Ja hoor,' zegt de adelaar, 'ik weet waar jullie huis is, dat grote stenen huis met die boomhut er naast.'
‘Ja!’ roepen Stan, Mau en Sofie.
‘Nou goed ik breng jullie er heen.’
Sofie, Stan en Mau nemen afscheid van de dieren en dan ze klimmen op de rug van de adelaar.
‘Dag!’ roept de bever.
‘Doei!’ roept de olifant.
‘Totziens!’ roepen de beer de muis en de giraf.
‘Dag’ schreeuwen Stan, Mau en Sofie terug en dan stijgen ze op.
‘Nou, op naar huis,’ zegt Stan.



Red ons, alsjeblieft. Hoofdstuk 5

Red ons, alsjeblieft. - Hoofdstuk 6 - Het einde van de monsterkoning
Geschreven door Skett